Anton Pavlovitsj Tsjechov werd geboren op 17 januari in het gezegende jaar 1860 in Taganrog, een kleine havenstad in het zuiden van Rusland, en zoals Sint-Petersburg gesticht door tsaar Peter de Grote.


Over Taganrog zal Tsjechov later schrijven: “Overal is het zozeer Azië, dat ik mijn ogen niet kan geloven. Zestigduizend inwoners houden zich slechts bezig met eten en drinken, met zich voort te planten, en zij hebben niet de minste belangstelling voor het leven; overal waar men komt ziet men slechts koelitsj, eieren, wijn uit Santorini en kinderen aan de borst. Geen krant, geen boek. Hier zijn geen patriotten, geen zakenlui, geen dichters, zelfs geen behoorlijke bakkers”.

Geboortehuis van Anton Tsjechov in Taganrog
Geboortehuis van Anton Tsjechov in Taganrog


Anton was de derde zoon van een gezin met zes kinderen. Vader Pavel Tsjechov was eigenaar van een kleine kruidenierszaak in Taganrog en had onmiskenbaar artistiek talent maar weinig zin voor zakendoen. Moeder Evgenia was de dochter van een lakenhandelaar. Van hun vader erfden de Tsjechovs een kunstenaarsziel, van hun moeder de gevoeligheid. Anton Tsjechov was echter ook een kleinzoon van slaven. Zijn grootvader langs vaderszijde had zich in 1841 vrijgekocht van het slavendom.

“Wat de schrijvers uit de adelstand gratis ontvangen, bij geboorterecht, moeten de niet-adellijken kopen, tegen de prijs van hun jeugd. Vertel dus hoe deze jongeman tracht zich te bevrijden, druppel voor druppel, van de slaaf die in hem leeft en hoe, op een mooie dag ontwakend, hij er zich rekenschap van geeft dat er geen slavenbloed meer door zijn aderen vloeit, maar het bloed van een waarachtig mens”.

Na het failliet van de kruidenierszaak in 1876 verhuist de familie Tsjechov totaal berooid naar Moskou. Anton blijft alleen achter in Taganrog om zijn studies aan het gymnasium af te maken. Door bijlessen te geven kan hij in zijn levensonderhoud voorzien.

In 1879, na het beëindigen van zijn studies, én met een beurs van de stad Taganrog voor de universiteit verhuist Anton eveneens naar Moskou. Hij schrijft zich in aan de faculteit geneeskunde, en ontpopt zich ook quasi onmiddellijk tot het nieuwe gezinshoofd van de familie Tsjechov.

Om zijn studies te bekostigen én om zijn familie te onderhouden publiceert Anton korte verhalen , in voornamelijk humoristische tijdschriften, onder de schuilnaam Antosja Tsjechonte. Deze schuilnaam zal hij zeer lang aanhouden - uit bescheidenheid, en ook omdat hijzelf geen hoge dunk had van zijn literair werk.

Anton Tsjechov - student   1883
Anton Tsjechov - student 1883


In 1884 studeert Anton Tsjechov af aan de universiteit en hij vestigt zich als geneesheer in Moskou.

“Buiten de geneeskunde, mijn wettige vrouw, heb ik ook een maďtresse, de literatuur … als de ene mij verveelt, slaap ik met de andere. Dat verstoort misschien de orde,maar het is niet monotoon”.

In 1884 manifesteren zich echter ook de eerste symptomen van de ziekte die later Anton Pavlovitsj fataal zal worden, tuberculose. En alhoewel deze ziekte voor Tsjechov zeker een vloek was, is zij voor ons en de rest van de wereld misschien een allerhoogste zegen geweest, want zij heeft Anton belet om een , ongetwijfeld briljante, carričre als arts uit te bouwen, en hem nog meer in de armen van zijn maďtresse, de literatuur, gedreven. Hij blijft onverminderd doorgaan met het schrijven van verhalen.

In 1885 bezoekt Anton Pavlovitsj voor het eerst Sint-Petersburg. Hij is verwonderd over zijn faam als schrijver:
“Allen nodigden mij uit en zongen mijn lof, en van mijn kant was ik beschaamd dat ik tot nu toe zo slordig geschreven had. Als ik geweten had dat zij mij lazen, ik zou nooit op bestelling geschreven hebben”.
De, in die tijd, beroemde schrijver Grigorovitsj schrijft aan Tsjechov:
“U hebt een reëel talent, een talent dat U ver boven de schrijvers van de nieuwe generatie plaatst …”
Anton begint te denken dat hij toch een echte schrijver kan worden:
“Heel mijn hoop ligt in de toekomst. Ik ben slechts zesentwintig jaar oud. Misschien zal ik erin slagen iets te verwezenlijken, al gaat de tijd vlug voorbij”.

Door de mislukking in Moskou van een eerste toneelstuk “Ivanov” stort Tsjechov zich weer op het schrijven van verhalen.
In 1888 verschijnt één van zijn meesterwerken “De steppe”. Publiek en kritiek zijn zeer lovend: “Een schrijver van de allereerste rang is opgestaan in Rusland …”.
Anton Tsjechov krijgt de Poesjkinprijs voor literatuur. Hij voelt zich “vervoerd zoals een verliefd man”.

In 1889 onderneemt Tsjechov een reis naar een strafkamp voor dwangarbeiders in Siberië, Sachalin. Het is zijn bedoeling om “het echte lijden” in kaart te brengen en de aandacht van de overheid te vestigen op de onmogelijke levensomstandigheden in deze strafkolonie. Zijn verslag over deze reis is inderdaad aanleiding tot een aanzienlijke verbetering van de toestand in Sachalin.

Anton  Tsjechov    1890
Anton Tsjechov 1890


In 1892 koopt Anton Pavlovitsj een landgoed van 250 ha op 80 km van Moskou, nabij Melikovo. Op 32-jarige leeftijd was de kleinzoon van een lijfeigene landeigenaar geworden dankzij zijn pen. De familie verhuist mee. In Melikovo schrijft Tsjechov zijn toneelstuk “De Meeuw”.
De premičre van “De Meeuw” in het Alexandrinski-theater in Sint-Petersburg is een totale mislukking. Tsjechov is hierover totaal ontredderd. De volgende voorstellingen zijn nochtans een groot succes.
De ontgoocheling over het “onbegrip” voor zijn toneelstuk zal voor Anton Pavlovitsj terug aanleiding zijn tot het schrijven van prachtige verhalen zoals “De Zwarte Monnik”, “Drie Jaren” , “Het Huis met de Loggia” , “Anna om de Hals” en zovele andere …

In 1897 wordt Anton wegens erge bloedspuwingen opgenomen in een kliniek in Moskou. Het voorschrift van de behandelende arts luidt: rust, overvloedig eten, en vooral … stoppen met zijn medische praktijk”. Tsjechov vertrekt terug naar Melikovo, waar hij overspoeld wordt door familie en bezoekers.
Hij publiceert “De boeren” - een gigantisch succes.

Op aanraden van de geneesheren vertrekt Anton naar een warmere streek, de Krim aan de Zwarte Zee. In 1899 komt hij aan in Jalta. Hij laat er een huis bouwen “de witte villa”.

“De witte villa” in Jalta ( nu Tsjechov-museum)
“De witte villa” in Jalta ( nu Tsjechov-museum)


In 1899 wordt “De Meeuw” met veel succes opgevoerd in Moskou. Eén van de hoofdrollen wordt vertolkt door de jonge actrice Olga Leonardovna Knipper. Over haar had Anton, na het bekijken van een ander stuk waarin zij “Irina” speelde geschreven: “Mijn keel was dichtgesnoerd van emotie … als ik in Moskou gebleven was, zou ik verliefd geworden zijn op deze Irina”.
Na de aanvankelijke mislukking van zijn “meeuw” in Sint-Petersburg had Tsjechov nochtans gezworen nooit meer toneelstukken te zullen schrijven. Maxim Gorki had hierover aan Anton Pavlovitsj geschreven: ”En U wilt dus niet meer voor het toneel schrijven? Goede God, het is Uw plicht!”.
In 1899 kent de opvoering van “Oom Vanja” in Moskou veel succes.

Anton Tsjechov  - 1899
Anton Tsjechov - 1899


Het onthaal van een volgend stuk “De drie zusters” in 1901 is veel minder enthousiast.
In deze periode ontwikkelt zich een drukke briefwisseling tussen Anton Pavlovitsj en de jonge actrice Olga Knipper.
“Dag laatste bladzijde van mijn leven, grote actrice van de Russische bodem”.
Na herhaald aandringen van de actrice huwen Anton en Olga in mei 1901 in een kleine kerk in Moskou.
Omwille van zijn wankele gezondheid moet de schrijver Anton echter in Jalta blijven, terwijl de actrice Olga haar carričre verderzet in Moskou.

“Het heeft geen zin voor jou het toneel te verlaten en te verwisselen voor het droefgeestig leven dat wij nu in Jalta leiden”
“Waarom verlaat ik het toneel niet, waarom kan ik verdragen dat jij ginds wegkwijnt, helemaal alleen?”

Anton Tsjechov en Olga Knipper  - 1901
Anton Tsjechov en Olga Knipper - 1901


In maart 1902 doet Olga een miskraam. Anton verzorgt haar eerst in Jalta, nadien in Moskou. Na haar genezing vertrekt de schrijver terug naar Jalta, terwijl de actrice achterblijft in Moskou om het nieuwe toneelseizoen voor te bereiden.
Anton Tsjechov is eigenlijk te ziek om te werken. Hij bewerkt een monoloog geschreven in 1885: “Over de schadelijkheid van tabak”, schrijft moeizaam aan zijn laatste novelle: “De bruid” (“ De verloofde”) en begint aan zijn laatste toneelstuk “De kersentuin”. In oktober 1903 is het stuk voltooid. Anton schrijft aan Olga:
“Lieveling, hoe zwaar viel het mij om dit stuk te schrijven”.
Op 17 januari 1904, op zijn 44ste verjaardag en bij zijn 25-jarig jubileum als schrijver, vindt de premičre van “De kersentuin” plaats in Moskou, in aanwezigheid van de auteur. Het eerbetoon aan de schrijver is enorm maar “men ademde een begrafenislucht in”.

In juni 1904 vertrekt Anton samen met Olga naar Berlijn om een eminent TBC-specialist te raadplegen. “Vaarwel. Ik ga weg om te sterven”. De ziekte was te ver gevorderd.
Na 3 dagen Berlijn vertrekken Anton en Olga naar het kuuroord Badenweiler aan de rand van het Zwarte Woud.

Op 2 juli 1904 om 2 uur ’s nachts zegt Anton tot de dringend bijgeroepen geneesheer: “Ich sterbe” - hij weigert zuurstof - waarop de geneesheer hem een glas champagne laat aanreiken. “Het is lang geleden dat ik champagne gedronken heb” zegt hij glimlachend tot Olga, ledigt langzaam zijn glas, en draait zich op zijn linkerzijde. Enkele ogenblikken later houdt hij op met ademen
- het is drie uur in de morgen.

Het stoffelijk overschot van Tsjechov komt in Moskou aan in een groenachtige treinwagon met het opschrift “vervoer van oesters”. Maxim Gorki is woedend, maar Anton Pavlovitsj, die zo dikwijls geschreven had over de absurditeit van het leven en zichzelf zo relativeerde, zou de ironie ervan zeker geappreciëerd hebben.
Anton Pavlovitsj Tsjechov wordt begraven op het kerkhof van het Novodevjitsji-klooster in Moskou.
“Zie wat een ongeluk ons getroffen heeft “, zegt zijn moeder , “er is geen Antosja meer”. Het was de enige lijkrede bij het graf van de grote schrijver Anton Tsjechov.