« Tsjechov, dat is Poesjkin in proza »
Lev Tolstoj


“Na zelfs het kleinste verhaal van U lijkt al het andere grof, niet geschreven met een pen, maar met een stronk. Uw verhalen zijn elegant gevormde flessen, gevuld met al de aroma’s van het leven”.
Maxim Gorki


“De werken van Tsjechov zou ik meenemen , moest ik naar een andere planeet reizen .”
Vladimir Nabokov


“De meeste schrijvers beginnen hun carrière door een boek naar een uitgever of een verhaal naar een tijdschrift te sturen. Bij Anton Tsjechov ging dat anders. Hij woonde bij zijn ouders thuis in Moskou en studeerde medicijnen. Hij kreeg een studiebeurs van de gemeente Taganrog, 25 roebel per maand. Zijn vader verdiende 30 roebel per maand als magazijnknecht. Om het gezinsinkomen te vergroten ging Anton verhalen schrijven voor moppenblaadjes die ‘Libelle’ en ‘De Wekker’ heetten en voor kranten zoals de ‘Peterburgse gazet’ en de ‘Nieuwe Tijd’. Het kwam niet in hem op zichzelf als een literator te beschouwen. Maar de eerste Tsjechov-verhalen worden nog steeds door miljoenen gelezen en zijn nooit overtroffen.”
Karel van het Reve


"Tsjechov bezit de bevrijdende gave van de humor, die niet luidkeels lacht ten koste van zijn medemens, maar die ons een weemoedige glimlach ontlokt om de dwaasheden van de mensen".
Arnold Saalborn


“Wilt U weten wie mij beïnvloed heeft? - Tsjechov!”
George Bernard Shaw


“Tsjechov is een stuk van mijn leven”
Katherine Mansfield


"Boven mijn bureau hangt zijn portret, om mij moed in te spreken als ik mij niet goed voel"
Lisette Lewin


“Als jonge man was ik overdonderd door de meesterwerken van Tolstoj en Dostojevski, en later door de grootse autobiografieën van Gorki. Het leek mij dat Tsjechov van een minder geniaal gehalte was. Wat was ik verkeerd!”
Philip Callow


"Het was - en is nog steeds - haast niet mogelijk Tsjechovs verhalen te lezen zonder ze mooi te vinden".
Karel van het Reve


"Samen met Poesjkin is Tsjechov de zuiverste schrijver die Rusland heeft voortgebracht als het gaat om de algehele harmonie die uit hun werken spreekt.... Tsjechov zal voortleven zolang er berken zijn en zonsondergangen en de drang om te schrijven".
Vladimir Nabokov


"Tsjechov was de eerste schrijver met zo’n groot vertrouwen in de onderstromen van suggestie om een bepaalde betekenis over te brengen".
Vladimir Nabokov


Tsjechovs boeken zijn droevige boeken voor humoristische mensen, dat wil zeggen: alleen een lezer met gevoel voor humor zal hun droefheid echt kunnen waarderen. Tsjechovs humor was zuiver Tsjechoviaans. De dingen waren voor hem tegelijk grappig en droevig, maar je zou de droevigheid nooit opmerken als je er de humor niet van inzag, omdat ze allebei met elkaar verbonden waren.
Vladimir Nabokov


"De aantrekkelijkheid van Tsjechovs toneelstukken ligt in datgene, wat niet in woorden weergegeven wordt, maar in wat daarachter verborgen ligt, of in de stiltes daartussen ..."
N. Obolonsky


"Jij bent als literator nodig, erg nodig, nodig om tot rust te komen, opdat de mensen zouden begrijpen dat er in de wereld poëzie is , werkelijke schoonheid, verfijnde gevoelens, dat er liefhebbende, menselijke zielen zijn, dat het leven groots is en mooi. En je lyrisme? Elke zin van jou is nodig, en in de toekomst zul je nog meer nodig zijn... Schrijf, en hou van elk van je woorden, van elke gedachte, van elk gevoel, dat je naar voor brengt, en weet dat dit alles voor de mensen onmisbaar is".
Olga L. Knipper


"Tsjechov - de grootste verhalenschrijver die de literatuur ooit heeft voortgebracht".
Willem G. Weststeijn


"Niemand heeft zo'n duidelijk en fijn begrip gehad voor het tragische van de kleine dingen van alledag als Anton Tsjechov".
Maxim Gorki


"Tsjechov begreep als eerste dat de schrijver slechts een kunstige vaas vormt, of je daar nu wijn of afwaswater in giet, dat maakt niet uit. Na Tsjechov heeft de schrijver niet meer het recht te zeggen: er zijn geen thema's. "Onthoud dit goed", zei Tsjechov, " slechts één treffend woord, één sprekende naam en het 'sujet' komt vanzelf". Niet het idee doet het woord ontstaan, maar het woord doet het idee ontstaan. Naast de korte klappen van de zinnen van Tsjechov lijkt de gekunstelde taal van de oudjes, Gogol bijvoorbeeld, onbeholpen seminaristengestamel. Het zijn de nieuwe vormen van het uitdrukken van de gedachte, deze juiste benadering van de echte taken van de kunst, die iemand het recht geven over Tsjechov te spreken als over een meester van het woord". Tsjechov, de krachtige, vrolijke kunstenaar van het woord.
Vladimir Majakovski


"Ik kan het van harte aanbevelen om zo vaak mogelijk Tsjechovs boeken op te pakken en er doorheen te dromen zoals ze bedoeld zijn om doorheen gedroomd te worden".
Vladimir Nabokov


"Het werk van deze meester heeft zonder enig verlies de meedogenloze proef doorstaan, die de tijd als als onverbiddelijk scherprechter een kunstwerk doet ondergaan. De tijd heeft dit werk niet kunnen havenen, ontluisteren of verzwakken. Laten wij de wereld van Tsjechov binnentreden".
Carolina De Maegd-Soëp


"Tsjechov behoort tot de auteurs die op haast profetische wijze uiting hebben gegeven niet slechts aan een modern aspect van de menselijke problematiek, maar daar doorheen aan iets wezenlijks van de mens"
Pierre H. Dubois


"Tsjechov behoort tot die zeer weinige schrijvers die ge kunt lezen, herlezen - nog eens lezen; pas dan hebt ge hem in al zijn schakeringen verstaan".
Aleida G. Schot


"Het spreekt vanzelf dat iedereen Tsjechov in eerste instantie leest om de uitzonderlijke schoonheid van zijn werk"
Pierre H. Dubois


"Tsjechov was de rechtstreekse erfgenaam van de grote Russische literatuur. Indien hij de ganse erfenis niet ontvangen heeft, dan heeft hij toch ten minste, in het deel dat hij ontving, het goud van de vreemde legeringen weten te scheiden. Dit goud is zelfs bij zijn grote voorgangers nooit zo zuiver geweest - tenzij misschien bij Poesjkin... Als we Tsjechov beschouwen als de laatste grote Russische schrijver, dan zien we dat de laatste woordkunstenaar de eerste evenaarde; het einde vervoegde het begin : Tsjechov - Poesjkin."
Maxim Kröjer


Het werk van Tsjechov heeft een eigen klank, die men vóór hem nergens aantrof.
Tsjechov is Tsjechov, en daarmee is alles gezegd... "
Maxim Kröjer


Tsjechov en Tolstoj  - 1904
Tsjechov en Tolstoj - 1901