Uit de verhalen van Anton Tsjechov

De aanhef van een aantal verhalen van Anton Tsjechov is hieronder opgenomen. De vertaling ervan is weergegeven zoals ikzelf de oorspronkelijke tekst geďnterpreteerd heb.
Als eerbetoon aan Anton Pavlovitsj wordt als eerste verhaal het door hem ook eerst gepubliceerde verhaal vermeld, nl. “ Brief aan een geleerde buurman” (1880). De rest zal willekeurig gekozen zijn en bij tijd en wijle uitgebreid worden …

Bron:
Het verzameld werk van Anton Tsjechov: “Polnoe sobranie sochinenii u pisem” in 30 delen (Moskou 1974-1983) en vermeld als VW, deel 1-30, p…, met de oorspronkelijke titel

Het vervolg van de verhalen in het Nederlands kunt U verder lezen in de vertaling van de verhalen van Tsjechov van “De Russische Bibliotheek” van uitgeverij Van Oorschot

Bronnen : "De Russische Bibliotheek"
Tsjechow Verhalen 1-5 (vertaling Charles B. Timmer) 1953-1958 (met verscheidene herdrukken) vermeld als RB I, deel 1-5, p…, titel...
Tsjechov Verzamelde Verhalen 1-2-3-4 (vertaling T.Eekman, A. Prins, A. Stoffel) 2005 e.v. vermeld als RB II, deel 1-2-3-4, p…, titel...

De titels van de verhalen kunnen in beide vertalingen verschillend zijn en worden telkens vermeld.



Brief aan een geleerde buurman

Beste Buurman, Maksim … ( Uw vadersnaam ben ik vergeten, wilt U mij grootmoedig vergeven!). Vergeeft en verexcuseert U mij, oude grijsaard en dwaze mensenziel, dat ik U durf storen met mijn armtierig geschreven gebrabbel. Reeds een gans jaar is het nu geleden dat het U beliefde zich in ons deel van de wereld te vestigen in de buurt van mijn nietig persoon, maar ik ken U nog steeds niet, en U kent mij, povere libel, ook niet. Staat U mij toe …

Oorspronkelijke titel “Pismo k oetsjenomoe sosedoe” (VW 1, p.11)
RB II ,deel 1, p. 7 “Brief aan een geleerde buurman”

Ach, Publiek!

-Nu is het genoeg, ik zal niet meer drinken!.. Nooit … voor geen geld ter wereld! Het is tijd om tot rede te komen. Het is nodig om aan de slag te gaan, te werken… Je verlangt loon te ontvangen, wel werk dan fatsoenlijk, naarstig, eerlijk, verzaak aan rust en slaap. Laat die kwajongensstreken…Je bent gewend, vriend, je loon zomaar te krijgen, maar dat is immers niet goed… immers niet goed… Terwijl hij tegen zichzelf nog enige gelijkaardige zedepreken houdt, begint hoofdconducteur Podtjagin een onweerstaanbare drang te voelen om aan het werk te gaan. Het is reeds na één uur ’s nachts, maar ….

Oorspronkelijke titel: “Noe, Poeblika!” (VW 4, p. 235)
RB I , deel 1, p. 351 “Dat Publiek Toch!”
RB II, deel 2, p. 133 “Mooie Reizigers!”

Een grapje

Het is een heldere middag in de winter… Het vriest dat het kraakt, en bij Nadenka, die me vasthoudt bij de arm, raken de krullen aan haar slapen en het dons op haar bovenlip bedekt met zilverkleurig rijm. Wij staan op een hoge berg. Vanaf onze voeten tot de grond beneden strekt zich een hellende vlakte uit, waarin de zon zich bekijkt, zoals in een spiegel. Naast ons staat een kleine slede, bekleed met een felrood laken. -Laten we naar beneden glijden, Nadezjda Petrovna!- smeek ik.- Eén keer maar! Ik verzeker U, we blijven heelhuids en ongedeerd. Maar Nadenka heeft schrik....

Oorspronkelijke titel: “ Sjoetotsjka” (VW 5, p.21)
RB I, deel 1, p. 510 “Een Grap”
RB II, deel 2, p. 220 “Een Grapje”

Droefenis

De avond schemert. Grove, natte sneeuw dwarrelt langzaam langs de zopas aangestoken straatlantaarns, en een dunne, zachte laag legt zich op daken, paardenruggen, mutsen. Koetsier Iona Potapov ziet helemaal wit, als een spookverschijning. Krom gebogen, zo krom als voor een mensenlichaam enigszins mogelijk is, zit hij op de bok en roert niet. Al zou een ganse sneeuwberg op hem neervallen, dan zou, zo schijnt het, hij het nog niet nodig vinden de sneeuw van zich af te schudden… Ook zijn paardje staat wit en roerloos. Door zijn onbeweeglijkheid, zijn hoekig uitzicht en zijn kaarsrechte stokkebenen lijkt het zelfs heel erg op een goedkoop beschilderd speelgoedpaardje. Het staat, naar alle waarschijnlijkheid, diep in gedachten verzonken. Wie, weggerukt is van de ploeg, van zijn vertrouwde grijze omgeving, en hier geworpen werd in deze draaikolk, vol afschuwelijke lichten, onophoudelijk gerommel en rennende mensen, moet wel staan denken… Iona en zijn paardje staan al lange tijd stil op hun plaats. ….

Oorspronkelijke titel: "Toska" (VW 4, p.326)
RB I, deel 1, p. 445 "Verdriet"
RB II, deel 2, p. 169 "Verdriet"

De dame met het hondje

Men zegde, dat op de promenade een nieuw gezicht verschenen was: een dame met een hondje. Dmitri Dmitritsj Goerov, al twee weken verblijvend op Jalta en het hier gewend, begon zich ook te interesseren voor nieuwe gezichten. Gezeten in het Vernetpaviljoen, zag hij, hoe op de promenade een jonge dame voorbijkwam, een blondje,niet te groot van gestalte, met een baret; achter haar aan liep een witte keeshond. En nadien kwam hij haar tegen in het stadspark en op het plantsoen, enkele keren per dag. Zij wandelde alleen, altijd met dezelfde baret, met de witte keeshond; niemand wist wie zij was, en zo noemde men haar gewoonweg: de dame met het hondje. “Als zij hier zonder man en zonder bekenden is, - overwoog Goerov, - dan zou het geen kwaad kunnen met haar kennis te maken.” ….

Oorspronkelijke titel: “Dama s sobatsjkoj” (VW, deel 10 p.128)
RB I, deel 5, p. 360 “De dame met het hondje”

Schatje

Olenjka, dochter van de gepensioneerde college-asessor Plemjannikov, zat op het bordes van haar huis, verzonken in gedachten. Het was heet, voortdurend vielen vliegen haar lastig, maar zo aangenaam was het te zitten denken, dat het ras avond was. Vanuit het oosten kwamen donkere regenwolken aanzetten, en van daaruit rook het af en toe naar vochtigheid. In het midden van de tuin stond Koekin, impresario en uitbater van de pleziertuin “Tivoli”, verblijvend hier in het huis, in een zijvleugel, en starend naar de lucht. “Weer!” zegde hij in wanhoop. Weer zal het regenen! Elke dag regen, elke dag regen – het is er gewoon om gedaan! Dit doet mij immers de das om! Dit ruineert mij! Iedere dag verschrikkelijke verliezen! Hij sloeg zijn handen in elkaar en vervolgde, zich naar Olenjka wendend: - Ziedaar, Olga Semenovna, ons leven. Het is om te huilen! Je werkt , je doet je best, je zwoegt, ’s nachts slaap je niet, je overdenkt alles, hoe het kan beteren, - …

Oorspronkelijke titel: " Doesjetsjka" (VW, deel 10 p. 102)
RB I , deel 5, p. 286 "Een schatje"

Zaal nr. 6

In de tuin van het ziekenhuis staat een niet al te groot bijgebouw, omringd door een gans bos kliskruid, brandnetels en wilde hennep. Het dak is roestig , de schoorsteen staat half op instorten, de treden van het bordes zijn verrot en er groeit gras op, en van het pleisterwerk blijven slechts enkele sporen. Met de voorgevel is het gericht naar het ziekenhuis, vanaf de achtergevel kijkt het uit op het veld, waarvan een grauwe ziekenhuisschutting met spijkers het scheidt. Deze spijkers, met scherpe punten naar boven, en de omheining, en het bijgebouw zelf hebben dat bijzonder mistroostig, vervloekt uitzicht, zoals bij ons alleen voorkomt bij ziekenhuisgebouwen en gevangenissen. Indien u niet bang bent u te branden aan de netels, laten we dan langs het nauwe paadje gaan, dat leidt naar het bijgebouw, en laten we gaan kijken, wat er binnenin gebeurt. ... ….

Oorspronkelijke titel: "Palata N° 6" (VW, deel 8 p. 72)
RB I , deel 4, p. 127 "Zaal N° 6"



Anton  Tsjechov anno 2006 geschilderd door Adelina Iantcheva
Anton Tsjechov anno 2006 geschilderd door Adelina Iantcheva